donderdag 3 november 2016

Marokko, dag 4. Fes, donderdag, 3 november 2016

We mochten vanmorgen uitslapen, pas om 9 uur werden we in de bus verwacht. Een collegagids van Mustafa ging mee, hij stelde zich voor als Ibrahim. Hij zou ons de hele dag rondleiden door Fes.
Eerst gingen we naar een van de presidentiele paleizen. Alleen de toegangspoort is al het bekijken waard.



Na even in het postkantoor postzegels te hebben gekocht onder het mom van: je kunt ze maar hebben, wandelden we naar de 14e eeuwse Joodse wijk waar de Ibn Danan synagoge stond. 



Gebouwd in de 17e eeuw en gerestaureerd in 1999. Er worden geen diensten meer gehouden. Ibrahim gaf wat uitleg, liet ons de thora zien 


en het bad waar elk Jood zich 2 maal in zijn leven moest wassen. Na de maandelijkse periode en voor het huwelijk.


Dit is zo leuk, ooievaars te over in Marokko, hele kuddes ooievaars, op daken, nesten, weilanden.


Daarna stapten we weer in de bus voor een ritje naar boven naar een vesting van waaruit we een prachtig uitzicht hadden over de 9e eeuwse Medina van Fes. 



De uitstekende groene toren is de universiteit.


Er wonen nu 300.000 mensen en in heel Fes anderhalf miljoen.
In Marokko zijn alle moskeeen, op twee na, verboden voor niet moslims. In andere moslimlanden is dat niet zo, maar dit is terug te voeren op de Franse tijd, toen de Fransen dit zo ingesteld hadden.

Na een rondje om de vesting en de nodige fotoos reden we weer naar beneden voor het bezoek aan de medina. We kregen wat regels mee: verlies elkaar niet uit het oog, blijf als groep bij elkaar en als je verdwaalt blijf waar je bent, de gids komt je zoeken. De medina bestaat uit 9000 straten, dus in je eentje vind je nooit de weg terug. 

Maar eerst: nos nos. Of in het Nederlands: koffie verkeerd. En ze smaakte zeker niet verkeerd. Het uitzicht was ook niet verkeerd. Lekker in het zonnetje op het dakterras.


En toen de medina in.
De oude wijk is mooi opgedeeld in allerlei secties: wol, kleding, leer, katoen, specerijen, groente, zilver enzovoort. In ganzenpas achter elkaar aan.



We wandelden verder door de medina langs allerlei oude ambachten, prachtige gewaden, etenswaren, leer, souveniers en heel veel suikerwerk.

Een smederij


Koperslager. De grote potten werden verhuurd bij feesten en na afloop weer terug gebracht, gereinigd en eventueel hersteld. De man was er flink op aan het slaan, moest zeker uitgedeukt worden. Ja zo'n feestje kan wel eens uit de hand lopen en dan moet het servies eraan geloven:-)



Dadels, vijgen, noga, vliegen


We bezochten de oudste universiteit van de wereld. Volgens ingewijden. Deze dateert ook van de 9e eeuw. Studenten uit het het land kwamen hier studeren en verbleven dan op piepkleine kamertjes op de eerste en tweede verdieping.


En verder wurmden we ons weer door de steegjes, mensen passerden ons links en rechts, ezeltjes stonden te wachten om hun lading te vervoeren.

Voor de lunch bezochten we nog een leerlooierij, je hoefde alleen je neus maar te volgen  om uit te komen op één van de terrassen die uitkeken op de ‘tanneries’. Hier wordt leer nog op de eeuwenoude manier gelooid. In de tientallen ronde kalkvaten worden de huiden van geiten, schapen, koeien en kamelen met duivenpoep bewerkt, welke een heel hoge concentratie ammoniak bevat. Vandaar die sterke geur, we kregen onderaan de trap elk een takje mint om aan te ruiken, zodat de stnk niet zo erg binnenkwam.
Hierna worden de huiden in andere vaten gestopt en krijgen ze een kleur. Rood, geel, blauw of groen. Nadat ze gekleurd zijn worden de huiden op de omliggende terrassen gelegd om te drogen.


Dit rondhopsen in de duivenpoep zou mijn beroep niet zijn.


Uiteraard was er een winkel bij met leren jassen, tassen e.d. En dat was waar, spotgoedkoop. Mijn rode leren jasje hing er, helaas, dat was even iets te vroeg om te kopen. Ik heb met wel een klein rood portemonneetje aan laten smeren. 



En kan iemand de muggen een kalender geven, 2 muggenbulten hier. Het is November!

Achter  een kleine deur ging een groot restaurant schuil waar we heerlijke pastillos hebben gegeten. Geen idee of je het zo schrijft. Het was filodeeg met kip, ei, saffran, kruiden. Heel lekker. Toe fruit, vooraf ingelegde olijven en brood. De lunches zijn hier stukken beter dan het avondeten.


Optreden van locals met hevig draaiende kwastjes op hun fez.



En weer achter elkaar door de medina, deze draagbaar wordt door weddingplanners verhuurd voor een bruiloft.


Bij een weverij  zijn we gaan  kijken waar met katoen, wol en zijde wordt geweefd. Geen zijde van rupsen maar van agave. 


Hier staat de kleinzoon van de stichter van de weverij met een agaveplant de vezels eraf te halen.


En uiteraard mocht je daarna wat kopen. Er was van alles, sjaals, lakens, tafelkleden. Heel mooi en bijna voor niks. Maar ja, niks nodig he.



woensdag 2 november 2016

Marokko dag 3, Meknes en Fez, 2 November 2016

Het diner gisterenavond was een groentesoepje vooraf, dan een  tajine met vis, aardappel en wortel. In minihoeveelheden en een tarteletje na. 

Het was bloedheet ol de kamer, de airco deed het maar had uiteindelijk totaal geen effect. We lagen direct aan de straat, maar het raam dichthouden was geen goed idee. Er stonden dikke rijen mensen buiten op taxi's te wachten die af en aan reden. 
Tussendoor gooiden een hoop mensen zich op de grond voor het avondgebed.


Van slapen is niet veel gekomen, het was zo warm. En ik kreeg midden in de nacht een ingeving waar ik over heb liggen nadenken: onze tafelgenoten van vanavond kwamen uit Venray. Ik wist opeens waar ik haar naam van kende, wij hebben tientallen jaren geleden met elkaar gecorrespondeerd in de tijd dat er nog geen email bestond. Haar dochter Claudia heeft ook nog een tijdje met Kitty geschreven. Ze heeft zelfs een keer gewonnen tickets voor Sixflags aan Kitty gestuurd omdat zij niet konden. 

Om half 5 een pokkeherrie, de oproep tot gebed. Snel een kleedje uitgerold en ons afgevraagd  in welke richting in hemelsnaam Mekka lag. Dat werd dus niks. Half 7 opgestaan en bij het ontbijt even gevraagd of haar dochter Claudia heette. Dat was inderdaad het geval. Toevallig zeg.

Op naar de bus.


We  gingen aan de 260 km lange rit van vandaag beginnen, eerst 140 km naar een Romeinse opgraving. We reden op een weg met aan de ene kant het Rifgebergte en aan de andere kant het Atlasgebergte.

We kwamen aan in Meknes, de hoofdstad van de landbouw, waar we eerst koffie dronken voor we doorgingen. Nog even een mooi panorama van Meknes en dan door naar de Romeinse nederzetting Volubilis.


Het grappige is dat er geen Romein aan te pas gekomen is, alles is door anderen gebouwd.


Onze gids voor de komende drie kwartier, die een enorme haast had en een enorme snelheid ontwikkelde. We renden zowat achter hem aan.


Er is niet veel overgebleven van de 10.000 zielen tellende stad. Wel zag je af en toe nog een stuk van de mozaiekvloeren.


De Pendersjes.



Na in goed 3 kwartier helemaal op de hoogte te zijn gebracht van de geschiedenis van Volubilis reden we terug naar Meknes.
Deze stad is omringd door drie muren, dit is er eentje van.


De lunch hadden we in een prachtig restaurant met veel mozaiek en hoge plafonds. Het was er heerlijk koel, een welkome afwisseling na de hitte buiten. 
Na afloop ontstond er nog wat gesteggel over een tekort van 100 dirham. We zaten met zijn zevenen aan tafel en ieder betaalde zijn deel van de gezamelijke rekening. Mustafa maakte korte metten hiermee, en betaalde het verschil uit eigen zak. Kort daarna kwam een medereiziger tot de ontdekking dat hij de schuldige was en zo kwam alles weer goed.

We wandelden naar een marktplein en bezochten een overdekte etenswarenmarkt. 



Olijven


Zoetigheid, welke hun plaats moesten delen met honderden wespen en vliegen.


Na de markt was de voormalige gevangenis aan de beurt. 


De gevangenis lag onder dit plein, wat je hier ziet zijn allemaal luchtgaten. Er zaten 40.000 gevangenen in, doorgaans piraten uit Portugal. Na de aardbeving in de 18 e eeuw storte de gevangenis in en na restauratie werd het een graansilo en nu is het een museum.


We liepen verder, ach gossie: 

Veel katten in alle soorten en maten.

Iedereen verzamelen en naar de laatste bezienswaardigheid van deze dag. 



De graanschuren van de stad, heel belangrijk in geval van belegering natuurlijk. “Les greniers de Moulay Ismail” Het is hier aangenaam van temperatuur en de ruimtes zijn uitstekend geventileerd, belangrijke factoren voor het conserveren van het graan
Hierachter zijn dan de paardenstallen ondergebracht.


Hier stonden in de hoogtijdagen 12000 paarden.




















dinsdag 1 november 2016

Marokko, dag 2. Casablanca en Rabat, 1 november 2016

Marokko, dag 2, 1 november 2016. Casablanca en Rabat

Gisterenavond even de buurt in geweest om bij een supermarktje water te halen, want hier kun je geen water uit de kraan drinken. Het was gigantisch druk op straat, om naar de overkant te komen begon je gewoon te lopen en hield je af en toe in om een auto door te laten.  
Het hotel is tamelijk versleten, het schijnt gerenoveerd te zijn, dus ik wil niet weten hoe het er daarvoor uitzag.  



We stapten de eerste keer uit de lift op zoek naar onze kamer, maar de verlichting scheen telkens een paar seconden en dan werd de hal weer in duisternis gehuld. Met een zaklampapp hebben we alle deuren beschenen tot we onze kamerdeur zagen. Recht tegenover de lift, dus met een sprintje kunnen we het nog in het licht halen. Het raam sluit niet, maar blijft gelukkig wel dicht zitten. Het is een pokkeherrie buiten van verkeer. Dit is ons "sprookjesachtige"  uitzicht:


Om half  7 werden we op de 7e verdieping verwacht voor wat informatie over de reis en daarna konden we meteen door naar het diner. Dat was prima, allerlei rauwkost, kip, vis, groente, rijst en pasta. 

Na een hele goede nachtrust waren we vroeg in de ontbijtzaal, als enigen. En dat bleven we ook. Daarna maar even De Limburger gelezen en de koffers op de gang gezet. Mustafa verscheen in een wit gewaad, opvallend was hij wel.



We reden om half 9 weg naar de Hassan 2 Moskee. Een enorme moskee, gebouwd in 7 jaar tijd en voltooid in 1993. Er zijn een heleboel kunstenaars bezig geweest om het gebouw te verfraaien met houtsnijwerk en gipsen ornamenten. 


1/3 van de moskee staat op palen in de zee. Omdat het zo dicht op de oceaan staat en ze niet willen dat het gebouw aangetast wordt door het zout is alles van marmer gemaakt en alle ijzerwerk van titanium. Het mocht wat kosten.


De moskee is gigantisch, er kunnen 150.000 gelovigen in. Mannen beneden, vrouwen boven op de galerij.



Beneden is de wasruimte waar men voor het gebed gezicht, handen en voeten wast.


Ook is er een haman, maar deze is nooit in gebruik genomen vanwege de ontzettend hoge energiekosten.



Langs het park reden we vervolgens naar een katholieke kerk met 800 m2 aan glas in lood ramen. Ik vond de kerk lillik maar het glas was prachtig.




Daarna was het tijd voor koffie, want bij het ontbijt hadden we koffie waarvan ik eerst dacht dat het thee met melk was en daarna bleek het dus gewoon water te zijn waar 2 koffiebonen doorheen gevlogen waren.
Bij de koffie een chocolade caramel gebakje, want hee, vakantie he.

De volgende bezienswaardigheid was het gemeentehuis in Moorse stijl.

 


De lunch bestond uit een tajine met kofte en toe een fruitsalade met granaatappelpitjes.



Marokanen zijn opvallend beleefd en hun begroetingen hebben iets poetisch. Aleikum salaam betekend iets van gij zijt gezegend. Klinkt heel anders dan hoi!
Elke keer als Mustafa vertelt over iets wat we gaan doen begint hij met "inshalla". Als god het wil. 
Hij vertelde tijdens de 90 km lange rit  naar Rabat over de stad. Bijna 1 miljoen inwoners.

De geschiedenis van Rabat begint in de 3e eeuw voor Chr., met een nederzetting die Chellah heette en aan de oevers van de rivier de Bou Regreg lag. In het jaar 40 na Chr. veroverden de Romeinen deze nederzetting en veranderden die in een kolonie met de naam Sala Colonia. Rome behield de nederzetting tot 250 na Chr. toen Berberse vorsten Chella overnamen. Vanwege haar militaire betekenis gaf men in 1170 de naam Ribatu l-Fath, wat ‘bolwerk van triomf’ betekent.

Yaqub al Mansour, een kalief van de Almohaden, verplaatste de hoofdstad van zijn rijk naar Rabat. Hij was het die de stadsmuren en de Kasbah van de Udayas (’s werelds grootste moskee) bouwde. Maar Yaqub stierf voortijdig en de overblijfselen van de onvoltooide moskee staan er tot op de dag van vandaag. In 1912 bezetten de Fransen Marokko en besloot generaal Hubert, de Franse officier die de leiding had, om de hoofdstad van Fes naar Rabat te verplaatsen. In 1956, toen Marokko de onafhankelijkheid verkreeg, besloot koning Mohammed V om Rabat hoofdstad te laten blijven.

Rabat heeft een tweelingstad aan de andere kant van de rivier ligt Saleh. 


We gingen eerst een paleis van de koning bekijken. Hij heeft er ruim 50 en deze worden allemaal gebruikt voor staatsbezoeken e.d. Hij woont er  niet, maar komt er alleen op bezoek.



Neemt niet weg dat er een legertje wachten staat, voor elke militaire discipline eentje. In de zomer anderhalf uur op en af, in de winter is dat 2 uur. We mochten niet verder lopen dan de ketting gespannen aan de iverkant van de weg, dus dan maar inzoemen.


Dit is de minaret van de onvoltooide moskee. Hij is blijven steken op een hoogte van 44 meter en overleefde amper een verwoestende aardbeving in 1755 met een 9 op de schaal van Richter. Momenteel huizen er torenvalken in die me daar een herrie maken, niet normaal zeg.



Voor de ingang stonden 2 wachten te paard. Ze reden net weg. 5 minuten na zonsondergang zit hun werk erop.


Nog een gedeelte van de oude muur.


Aan de andere kant stond staat het mausoleum van Hassan de vijfde, de grootvader van de huidige koning. Hier zijn ook zijn vader en oom bijgezet en er is nog ruimte voor hemzelf en zijn broer.





8 van deze wachters stonden er, 4 binnen in elke hoek, 4 buiten aan elke kant eentje.


De rechtse he.

We reden verder naar ons hotel Bouregreg in hartje Rabat, aan een zeer drukke straat waar de handen van de automobilisten de claxon geen moment loslaten. 
Naar buiten kijkend vanaf het balkon zagen we dit tafereel. Gebedstijd.





maandag 31 oktober 2016

Marokko, dag 1. 31 oktober 2016

Om 3 uur vanmorgen ging de wekker af en ik stond al bijna naast mijn bed toen ik me bedacht dat ik de wekker om 4 uur had gezet. Shit, wintertijd en vergeten de tijd te veranderen. Dan maar weer terug het bed in en proberen nog een uurtje te slapen, wat niet lukte, dus dan maar opstaan en na een ontbijtje, cappuccino (of een zwakke poging daartoe, want mijn espressomachine is zo goed als overleden) de laatste spulletjes in de koffer gedaan en inmiddels was Loek ook alive and kicking.
Zodoende zaten we zwaar op tijd in de auto en de beloofde mist en files bleven uit, zodat we wel heel erg vroeg bij de parkeerplaats van Arke waren. Wij reden het terrein op, de shuttlebus reed net het terrein af. Maar binnen een kwartier was er weer eentje. Na een paar hotels aangedaan te hebben reed de bus  weer het Arkeparkeerterrein op. Dat schoot niet echt op. Al met al waren we toch pas na een uur op Schiphol. De koffers ingecheckt, Starbucks gezocht en gevonden en met een tall pumpkin spice latte met een triple chocolade muffin langzaam wakker geworden.


We moesten naar gate G10 wat een aardige tippel was. Daar werd omgeroepen dat als je een Samsung Galaxy 7 op zak had je je even moest melden. Waarschijnlijk staat deze nu op de lijst met verboden middelen onder de noemer: springstoffen.

We hadden prachtige plaatsen in het vliegtuig, helemaal vooraan en ik had niemand naast me zitten, zodat er ruimte genoeg was. We waren een half uur te laat vertrokken, want er was wat aan de hand met 2 mensen die geen geldige id kaart bij zich hadden en dus niet mee mochten. Na een vlucht van 3 uur en een kwartier landden we op het vliegveld van Casablanca.



Loek wisselde wat euro's om voor dirhams en ik ging de koffers van de band halen, die al klaar stonden.
Daarna naar buiten op zoek naar de reisleider. Met een bordje van Kras stond hij ons op te wachten. Hij stelde zich voor als Mustafa. We waren de eerste en we moesten maar even wachten in de schaduw want het was bijzonder warm voor de tijd van het jaar. 34 graden.
Langzaam zagen we onze groep voller worden en bij 27 waren we compleet. Iedereen stelde zich voor, ik heb 4 namen onthouden.
We stapten in onze bus en reden naar de boulevard waar we wat konden eten en drinken en "flaneren" zoals Mustafa het noemde. Onze chauffeur heet Abdel en de man die de koffers sjouwt Ibrahim. 
Casa Blanca telt 6 miljoen inwoners en is het economische centrum van het land. De naam betekent witte herberg. De Spanjaarden noemden het Casa Bianco en heel vroeger werd het door de Berbers Anfa genoemd. Er is een wijk in de stad die ook zo heet.
Casa Blanca heeft een kustlijn van 3000 km langs de Atlantische oceaan en 500 km langs de Middellandse Zee.
  


Flaneren is niet aan ons besteed, we hebben wat gegeten en gedronken bij McDonalds en meerdere reizigers hadden dat idee opgevat.



In het hotel, de Prince van Parijs, kregen we de kamerpasjes, de koffers werden naar onze kamer gebracht en wij kregen het bevel om half 7 op de 7e verdieping te zijn voor debriefing. Daarna volgt het diner in buffetvorm. En we kregen allemaal een kopje mierzoete muntthee.