maandag 11 september 2017

Ierland, Slieve League Cliffs, 11-9-2017, dag 5

BDag Bay vieuw hotel


Dag haven


Dag kerk met de mooie wenteltrap



We reden vandaag naar de kliffen van Slieve League. Ze behoren met een hoogte van 600 m tot de hoogste van Europa. De top was niet te bereiken met de bus, dus werden we met shuttlebusjes verder omhoog gebracht. Daarna mochten we omhoog klimmen. Het eerste wat Loek verloor was zijn pet, bij het uitstappen van de bus. Die woeiachter de bus en hij heeft een sprintje moeten trekken om een schaap voor te zijn, die met gezwinde spoed richting pet galoppeerde. Loek won.


We hadden al meteen een prachtig uitzicht op de kliffen


Het stormde op de berg, niet te weinig. Je kon zo in de wind gaan hangen zonder om te vallen. Mijn regenponcho ging in een mum van tijd vliegen. 


Na de top te hebben geslecht daalden we weer af naar beneden. Je moest af en toe gewoon wachten om je ene voet op te tillen totdat de hevigste windvlaag voorbij was, anders waaide je om.
Beneden weer de shuttlebusjes in. Iedereen was het er wel over eens dat het in Ierland niet lang regende, maar een paar minuten. Maar dan wel 25 keer per uur. Kwam Amieke ook nog eens met de mededeling dat ze het nog nooit zo slecht had meegemaakt.
We reden terug naar de grote bus en een pub met de klinkende naam: Teach Tobhairne Shliabh Liag, waar we koffie en koek kregen. 
Eenmaal weer onderweg reden we eerst nogmaals langs ons hotel op weg naar de volgende stop. Ook kwamen we langs deze bihives, bedoeld voor reizigers te overnachten vroeger.


We kregen een lesje Ierse dans geschiedenis van Amieke. Vrieger mochten de kinderen op zondag niks, ze verveelden zich dood. Uit verveling begonnen ze met hun benen en voeten te bewegen, terwijl ze de rest van hun lichaam doodstil hielden. Als een parochiaan langs hun huis liep zag hij alleen kinderen die stilstonden. Ik geloof niks van dit verhaal, maar goed. Michael Flatley starte een dansgroep om die dans te perfectioneren. Ze waren niet echt gewild in Ierland, maar toen ze eenmaal in de pauze van het Eurovisiesongfestival hadden opgetreden braken ze definitief door.
Woensdagavond gaan we naar een Ierse dans voorstelling, Loek verheugt zich er al enorm op:-)

We reden door naar Belleek, waar we de lunch gebruikten in een gelegenheid bij een porseleinfabriek


John Caldwell Bloomfield geboren in 1823


Hij stichtte de porseleinfabriek met 2 anderen, nadat hij ontdekte dat de aarde op zijn landgoed porseleinaarde was waar je goud geld mee kon verdienen.

We kregen een rondleiding door de fabriek waar we het produktieproces van een vaas uitgelegd kregen. Eerst wordt er een tekening gemaakt. Daarna een gietvorm.


Daar gaat het goedje in dat se vaas wordt.


De linkse vaas komt uit de vorm, wordt de 1e keer gebakken, krimpt dan ook. (Middelste) krijgt dan een glazuurbad en wordt weer gebakken. (Rechtse)


In totaal wordt de vaas drie keer gebakken. Hier zit de verf erop. Links voor en rechts na de laatste bakbeurt.


Het ongebakken porselein wordt op grote stellages de oven ingeschoven


Heel fijn porselein


Decoratie van porselein


Als er ook maar iets aan mankeerde werd het onherroepelijk kapot gemaakt. Hier had ik de eer om een bord , met een bijna onzichtbaar foutje, te breken.


Rijen en rijen mallen en porselein in de maak.


Na de fabriek moesten we nog een aardig eindje rijden tot ons eindpunt. We hadden een sanitaire stop in Cong, reden langs het grootste meer in Connemara, loch Coribb. Er liggen 365 eilandjes in en sommigen zijn bewoond. Zo heeft Elton John er zijn eigen eiland, maar Mick Jagger kwam toch niet door de ballotagecommissie.

Uitzicht uit het hotelraam


We sliepen in the Peacockes met 4 slaapplaatsen. We begonnen de reis met een twijfelaar:-).


Het water uit de kraan is bruin. Dat komt doordat het water uit eigen bron komt, het bruine komt van de veengrond. Het is gezuiverd, maar het behoudt de bruine kleur. Dat ziet echt niet uit.




















zondag 10 september 2017

Ierland, Glenveagh-Killybegs, 10 september 2017, dag 4

Het weer beloofde niet veel goeds en voor vandaag stond er een wandeling op het programma. Eerst kregen we een stadstoer door Derry (Londonderry, the walled city, Legenderry, whatever) Het is in ieder geval de oudste ommuurde stad in Ierland en de laatste in Europa. Derry betekent land van de eik. De stadsmuur werd gebouwd van 1613  tot 1618. Onze gids was ingestapt en stelde zich voor als Dermot. Dermot had de akelige gewoonte elke zin te beginnen en te eindigen met ladys and gentlemen. Dermot was een brulboei en spraakwaterval, de ladys en gentlemens vlogen je om de oren. We passeerden de Foylebrug, een 2 deks brug, het standbeeld van het vredesproces. De handen raken elkaar net niet, dus er is nog een lange weg te gaan. Het regende. Goh, ja joh?


We reden langs het stadhuis en door de ooit gevaarlijkste buurt van Derry: Bogside. De Slag van de Bogside van 12 tot 14 augustus 1969 wordt vaak aangehaald als het startschot van de onlusten. Ook Bloody Sunday op 30 januari 1972 een dramatisch hoogtepunt in de onlusten, vond in Derry plaats. 
Het was een vreedzame mars voor de burgerrechten, maar de Engelsen stuurden het leger en schoten 
14 ongewapense jongens en mannen dood. Pas in 2010 heeft premier Cameron zijn excuses aangeboden.
Het 100e slachtoffer was Annette McGavigan 14 jaar oud, doodgeschoten door een Britse soldaat op 6 September 1971, terwijl ze op de straat stond waar ze in woonde. 



Veel muurschilderingen ook in de wijk. Deze vond Loek ongelofelijk, een soort reclame uiting voor de IRA. En dat was gewoon een terroristische organisatie.



Vanaf 1991 was Derry echter rustiger dan andere brandhaarden.
We passeerden de Vredesbrug die sinds 25 juni 2011 zowel symbolisch als praktisch de overwegend unionistische wijk Waterside op de rechteroever verbindt met het overwegend katholieke stadscentrum op de linkeroever.

Vanaf Derry vertrokken veel schepen met immigrantsn naar o.a. Amerika, Canada en Australie. De jeugd kon zich daar niks bij voorstellen, 26 weken onderweg en geen Wifi.

En weer die borden, de strijd tussen katholiek en protestant wordt zo wel gevoed.



Dermot was nog steeds enthousiast aan het vertellen, ladys and gentleman, hier gaan we uit de bus, even over de stadsmuur wandelen.
De muur is 6 meter hoog en minstens zo dik, loopt in een ovaalvorm en is een mijl lang (1,6 km). Ze is  uitgerust met 4 poorten, wachttorens, kantelen en grote kanonnen. De muur beschermde de stad in eerste instantie tegen vijanden, later leefden de protestanten binnen de muren en de katholieken buiten, op arme veengrond. 

Het regende. Nee joh, echt?


Ladys and gentleman.... Onze Gids. Met een vet Iers accent. Hij had het telkens over de rubber en het duurde even voordat we door hadden dat hij daar de river mee bedoelde. Zijn pink werd uitgesproken als pank, dus dan heb je een beetje een idee.


Vanaf de muur typische Ierse daken.


Boven op de muur stond St. Columbs kathedraal


Na de toer was er tijd voor koffie en scones.



Daar kochten we ook belegde broodjes voor onderweg, we reden door naar 

Een fort waar reizigers hun tenten konden opzetten binnen de beschermende muren.
Het waaide daar enorm, coupe ravage. 



Na 10 minuten rond gelopen te hebben weer terug de bus in naar


Daar mocht onze bus niet komen, we werden vanaf het bezoekerscentrum verder vervoerd met shuttle busjes naar het Glenveagh Kasteel.


We kregen een rondleiding binnen, helaas mochten er geen fotoos worden gemaakt.

De bibliotheek, 

De ontvangsthal, waar een stoel stond, waar de bezoekers op gewogen werden. Als ze vertrokken na alle gastvrijheid, vond de gastheer het fijn als  ze zwaarder waren.


Het kasteel is rond 1870 gebouwd door John George Adair! een rijke landspeculant uit county Laois, naar het voorbeeld van Balmoral Castle van koningin Victoria. Adair was ook verantwoordelijk voor de zogenoemde uitzettingen van Derryveagh in 1861, toen hij 47 families van hun huizen verdreef. De reden was dat hij zo een beter uitzicht had. Na zijn dood in 1885 is mevr. adair begonnen met de tuinaanleg.

De tweede eigenaar van het kasteel was Arthur Kingsley Portar een professor van de schone kunsten aan harvars. Samen met zijn vrouw Lucy bezat hij het kasteel van 1929 tot 1933, toen hij op een raadselachtige manier verdween tijdens een verblijf op het eiland innishbofin.

Het huis bevat antieke kunstwerken, meubilair en historische boeken. Adair bracht in de 19e eeuw het grootste deel van het land onder in een holding. De holding werd beheerd als privéhertenbos tot 1975 toen het aan de staat werd verkocht en in de handen van het Bureau van Openbare Werken kwam, die er een nationaal park van maakte.

De laatste privé-eigenaar van het kasteel, Henry P Mcllhenny schonk, bij zijn definitieve vertrek in 1983, het kasteel en het grootste deel van de inhoud en tuinen aan de staat. Het park werd geopend voor het publiek in 1984 en kasteel in 1986.

Een leuke anekdote: als de dienstmeisjes vanaf de keuken het eten kwamen brengen door een lange gang moesten ze fluiten. Zolang ze floten konden ze niet stiekum van het eten snoepen.

De ommuurde tuin


We liepen de 4,1 km terug, het was droog, zonnetje scheen zelfs.

Totdat het weer begon te hozen. Neeee! Echt waar?


Dat leverde wel een regenboog op.



Hee hallo, een Robin.


We gingen de bus in voor de laatste afstand, naar onze overnachtingsplaats Killybegs. Een plaats in het Ierse graafschap Donegal en de grootste vissershaven van het Ierse eiland. Met toch maar een inwoneraantal van rond de 1500.

Rijdend door het Ierse landschap

Zagen we enorm veel huizen leegstaan. Sommigen afgebouwd, sommigen half afgebouwd. Daar ging men niet verder aan, want ze werden niet verkocht.

De witte rook uit de wel bewoonde huizen duiden op het stoken met turf. Men stookt hier zelfgegraven turf. Dat moet eerst 6 maanden drogen voor het gestookt kan worden. Het brand heel snel op, maar blijft de hele dag gloeien en zorgt zo voor voldoende warmte. Men stookt in de keuken en vandaar gaan leidingen door het hele huis naar gewone radiatoren.

We hebben zojuist beneden in de hotelbar/pub gegeten: pork belly met als afsluiter een originele Irish coffee. What else.
En nu luisteren we naar de wind die om het hotel giert. We zitten op de 3e etage, tevens de hoogste, met dakkapelletjes. Loek heeft 2 koffers omhoog gezeuld, want er was 1 lift, zeer langzaam en zeer klein en 35 personen die naar boven wilden.


















zaterdag 9 september 2017

Ierland, Giant's causeway-Inishowen-(London)Derry, 9 september 2017, dag 3

We zijn onderweg naar de Giant's causeway. En ja, Ierland laat zich van zijn bekendste kant zien, regen, miezerregen, motregen, gewone regen en tussendoor enkele minuten droog met een zonnetje.



De zeshoekige basaltblokken zijn eigenlijk heel gemakkelijk te beklimmen.




Deze rotsformaties zouden zo'n 60 miljoen jaar geleden ontstaan zijn tijdens een vulkaanuitbarsting. Maar volgens de bijgelovige Ieren zijn ze gebouwd door een reus. Volgens de gids omdat zijn liefje in Schotland woonde en hij het zat was telkens de zee over te steken en begon met het maken van een brug. Toen hij een andere reus hetzelfde zag doen, is hij ermee gestopt. Totale onzin want Schotland ligt de andere kant op. En het verhaal klopt sowieso niet. 
Maar volgens de Ieren had de reus, genaamd Finn McCool  (also known as Fionn mac Cumhail) moeilijkheden met een reus aan de overkant van de zee. De Schotse reus Benandonner Hij bedreigd Ierland. Finn pakt stukken van de Antrim kust en gooit ze in de zee. De rotsen vormen samen een pad voor Finn die Benandonner een lesje wil leren. Slecht idee,  Benandonner is beangstigend massief. Finn blaast haastig de aftocht, gevolgd door de Schotse reus. Hij werd gered door zijn snel denkende vrouw, die hem verkleedde als baby. De woedende Schotse reus zag de baby en dacht bij zichzelf: als de baby al zo groot is, dan moet de vader enorm zijn. En hij blies de aftocht. Wat je maar wil geloven.

Terug in de bus, nat tot op mijn hemd, brak de zon weer even door.


Weer een lesje Ierse geschiedenis van onze gids. In 1830 waren er 8 miljoen Ieren, in 1915 was dat gehalveerd tot 4 miljoen vanwege de grote hongersnood en in 1961 nog maar 2,8 miljoen. De republiek is 4 keer zo groot als Nederland en Noord Ierland is iets kleiner dan ons land. Wij hebben bijna 18 miljoen inwoners. Je begrijpt dat in Ierland enorm veel ruimte is, groene grasvelden overal waar je kunt kijken.
En hier Dunluce kasteel bij Bushmills, waarvan de helft in de zee is verdwenen in 1639.


We reden naar het schiereiland Inishowen, weer in de republiek Ierland, waar we een prive museum bezoeken. De eigenaar heeft zijn geboortegrond en ouderlijk huis omgetoverd tot een museum, waar veel duidelijk wordt over de hongersnood die Ierland teisterde in de 19e eeuw.


De daken werden gemaakt van struisgras, een soort helmgras, dat elke 2 jaar vervangen moest worden.


De huisjes waren heel klein, een keuken en slaapgelegenheid, meer was het niet. Dit bed werd overdag opgekapt tot bank.


Thuis gestookte whisky. Uit bezuinigingsoverwegingen maakten sommige mensen de leidingen van lood, want dat was even gemakkelijk te buigen als koper. Maar ze wisten niet dat lood giftig was en bij het drinken van de whisky komden mensen dagen in coma raken of erger.


In dit huisje heeft de eigenaar met zijn ouders en 3 brussen gewoond tot 1983. Dit was de keuekn met een bedstee.


Dit de kinderslaapkamer.


Het schiereiland kreeg trouwens pas in de jaren 80 van de vorige eeuw stroom.

In Ierland werden mensen altijd thuis opgebaard. Jezus indachtig die de 3e dag opstond, werden de mensen na 2 dagen begraven. Niks geen gedoe met wederopstanding en zo. Dolle boel bij zo'n wake. Er werden 2 klaagvrouwen ingehuurd die op commando konden huilen, telkens als er bezoek binnen kwam. Het schoteltje op de borst van de overledene bevatte sterk ruikende kruiden, mocht hij of zij toch niet dood zijn, dan kwamen ze wel weer bij door de geur. En anders kregen ze bij het begraven een touwtje om hun duim, dat naar een belletje naast het graf leidde. Bij plotseling ontwaken ging het belletje rinkelen. Daar komt het spreekwoord: saved by the bell vandaan. En er was whisky voor de familie die zich 2 dagen lang op de been moesten zien te houden, want de gasten voor de wake kwamen zowel overdag als 's nachts. 


Amieke, met haar niet altijd correcte uitspraken, maar alla, leve wikipedia.


De Ierse hongersnood is de periode van voedselschaarste die Ierland tussen 1845 en 1850 trof. Voor hun voedselvoorziening waren de Ieren grotendeels afhankelijk van de aardappeloogst. Negentig procent daarvan was echter mislukt als gevolg van de aardappelziekte, veroorzaakt door pseudo-schimmel. Deze schimmel bleef in de grond zitten en het jaar daarop mislukte de oogst weer.  Als gevolg van de voedselschaarste stierven meer dan een miljoen Ieren. Miljoenen anderen vluchtten al dan niet gedwongen naar Noord Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië.
Engeland deed niets en eiste zelfs de zuivel, granen en gerst op. Na een aantal jaar stelden ze dan toch gaarkeukens in, maar in ruil voor voedsel moesten de hevig verzwakte mannen werken. Stenen muren bouwen, waarvoor ze de stenen uit de frond moesten graven. En die muren dienden nergens voor. Maar de Engelsen vonden voor wat hoort wat, hoe zinloos ook.


Hier kon een pachter de huur niet betalen en werd hij eerst de wacht aangezegd. Dat gaf hem de tijd zijn huisraad ergens anders te stallen. Kwam de deurwaarder een aantal dagen later de pacht ophalen dan deed hij niet open. De deur werd ingeramd, men zag dat er niks te halen viel en liet de mensen zo achter. Na verloop van tijd kwamen de meubels terug en trok men er weer in.


Deze ongehuwde moeser werd in een soort ondergronds hol gestopt en mocht zich niet in het ooenbaar begeven. Wel kreeg ze eten en kleding van de kerk. De vaders bleven altijd buitenspel, grrr.


Ook even een bezoekje gebracht aan het meest amateuristische spookhuis ever, maar leuk gemaakt.



Om nog even te demonstreren hoezeer de Ieren van aardappels afhankelijk waren:


Ontbijt aardappel, tussendoor aardappelkoeken, lunch aardappel, diner aardappel.

We reden het schiereiland weer af via de andere kant, naar Derry. Voorheen Londonderry, omdat de Noordieren hun band met Engeland extra wilden benadrukken. Nu heet het eigenlijk weer gewoon Derry en de republiek schrijft dat ook gewoon op de verkeersborden. De Noord Ieren zien nog graag Londonderry staan. Sommige borden zijn onderhanden genomen en de naam London is doorgekrast. Toch nog een dingetje hier hoor.
De Ieren zijn verder heel vriendelijk en gastvrij, maar ze geloven nog in kabouters, leprechauns geheten hier. Nou ja, dat misschien niet, maar bijgelovig zijn ze wel.

Vanavond in het hotel gegeten, omdat we niet dicht bij het centrum logeren in een best western hotel. We hebben een enorme kamer met een 3 persoons en een eenpersoonsbed. Wie heeft het drie persoonsbed en wie het eenpersoons? Juist!























vrijdag 8 september 2017

Rectificatie door drs. K. Penders

"Er klopt geen reet van je verhaaltje". Leuk dochter, zo moet je vooral beginnen:)

"Oke, komt tie:
Henri VIII was getrouwd met Catharine. Zij heeft vele zwangerschappen gehad en ook vele miskramen. Ze hebben samen een dochter gekregen, Mary I, ook wel bekend als bloody Mary. Dus vanwege Catharine en omdat hij Anne interessanter vond, heeft hij zijn eigen kerk gesticht. Anne kon hem ook geen zoon schenken, maar wel een dochter: Elisabeth, ook wel de virgin Queen genoemd. Anne heeft hij laten onthoofden, zogenaamd wegens hoofdverraad, maar eigenlijk omdat hij nog steeds geen zoon had en hij interesse kreeg in Jane Seymour. En Jane heeft hem dus eindelijk een zoon geschonken. Helaas stierf zij aan kraamvrouwenkoorts. En de zoon was ziekelijk en heeft niet lang op de troon gezeten.
Toen Mary koningin werd, probeerde ze de katholieke kerk in ere te herstellen en heeft ze protestanten vervolgd en vermoord. Vandaar de bijnaam bloody Mary. Elisabeth, die haar opvolgde ging weer terug naar het protestantisme.

Dochter, heel erg bedankt voor deze rectificatie en ik zie uit naar de volgende. 
Maar nogmaals, ik schrijf alleen maar op wat de gids verteld en die heeft haar verhaal ook niet goed op een rijtje.