dinsdag 12 september 2017

Ierland, Connemara-Kylemore abbey-Galway,12 september 2017, dag 6

We konden ook nog even via de behoorlijk grote souveniersshop van het hotel naar boven de uitkijktoren in.


Witte rook, nee geen nieuwe paus, maar een turf gestookte verwarming


Blokken turf


Voordat we vertrokken liepen we nog even naar buiten om de omgeving te bekijken. De cottage die naast the Peacockes lag kon je van binnen kijken, wat we dus ook deden.
Hier zijn scenes van de film The Quiet Man met John Wayne opgenomen in 1952. Maar de film is nog springlevend in de omgeving, overal souveniers met dat onderwerp.




De weg overgestoken en het veld in, maar dat liep al snel dood op een meertje.



Maar dan toch echt op weg met een nieuwe bus en een nieuwe chauffeur: Gary.


We reden door graafschap Connemara, een volledig Iers gesproken graafschap. Toen heel Ierland nog Engels was, werd de Ierse/Keltische taal verboden, maar de Connemara lag zo afgelegen, daar werd niet gehandhaafd.
Nu is het de eerste taal op scholen en wordt in alle vakken onderwezen in het Iers. Buiten volledig Ierstaliggebied is Iers de 2e taal op school.
Iers gebruikt minder letters van het alfabet, geen JKUWVXYZ. Maar ze spreken die letters wel uit. BH wordt bijvoorbeeld uitgesproken als V, MH als W.
Ieren slaan er wel een slaatje uit. Als ze bekeurd worden laten ze het voorkomen en vragen dan om een Iers sprekende rechter, omdat iedereen recht heeft op een rechter die hun taal spreekt. Er zijn geen Iers sprekende rechters, dus wordt de zaak doorgaans geseponeerd.
Connemara heeft de zuiverste lucht van Europa, dus bij het uitstappen wordt er diep adem gehaald.
En overal schapen, een ras dat zich uitstekend zelf kan redeen in de bergen. Het zijn Scottisch black face schapen. Ik zie nu Sylvana Simons steigerend de barricades beklimmen om die schapen te verbieden.


Dit is geen meer, maar een fjord, ontstaan in de ijstijd en het mondt uit in de oceaan. Terwijl de gletchers smolten namen ze alle grond mee van de bergen. Kale rotsen achterlatend waar geen bomen meer kunnen wortelen.



We kwame aan bij de Kylemore abbey, voorheen het Kylemore kasteel. 


Dit werd door een Engelse arts, industrieel, magnaat, politicus en pionier gebouwd in 1862. Hij ging er met zijn vrouw en 9 kinderen wonen. Hij was zeer vooruitstrevend, hij liet een ommuurde Victoriaanse tuin aanleggen met 21 kassen die verwarmd werden door een netwerk van heetwaterleidingen.
Twee kassen zijn oude luister hersteld.


Dit zijn de fundamenten van de oude kassen, je ziet de bruine buizen voor het verwarmingssysteem nog liggen




Hier woonde de hoofd tuinman met zijn gezin





In 1893 produceerde hij zelfs zijn eigen elektriciteit. De druk van het bergmeer was voldoende om electriciteit te genereren.



Hij bouwde ook een kerk, in Gotische stijl.


De vrouw van Mitchell, Margareth, liep in 1874 op vakantie in Egypte, dysenterie op en stierf.
Ze ligt begraven in dit mausoleum. De as van haar man is 40 jaar later ook bijgezet. 




In 1903 woonden de hertog en hertogin van Manchester er en het is nog een tijd in handen geweest van een bankier Ernest Fawke die er nooit woonde. Toen in de 1e wereldoorlog in Ieper, Belgie, het klooster van de Benedictijnse nonnen werd verwoest kwamen ze in 1920 in het kasteel wonen en werd het een klooster en school.
Lourdes, de dochter van Madonna heeft er nog les gehad.

Een vreemd gevormde/misvormde boom.


Van de tuinen liepen we terug naar het kasteel.


Mooie inrichting, leuk trappetje.


Toeristen


De eetzaal.


De ene helft van het kasteel is in de oude staat behouden, de andere helft is prive, dat wordt door nonnen bewoond. Er heeft heel lang een school ingezeten



Na dat allemaal bekeken te hebben reden we naar Galway, het was de hele ochtend droog geweest, we zaten net in de bus toen het weer begon te regenen. 
In Galway aangekomen regende het nog steeds, dus met de parapluus naar het centrum voor koffie en een wandelingetje door Shopstreet. Achteraan liggen de vissershuisjes die omgeturnd zijn tot kleine winkeltjes. Gladdagh.


Op de terugweg naar de bus nog even de kathedraal in geweest, gebouwd in 1965, dus nog helemaal niet oud, maar dat idee heb je niet als je binnen bent. Het ziet er eeuwen oud uit.



We kregen een lesje Ierse gewoontes bij autorijden.
Zodra iemand 18 wordt kijkt hij of zij vader, moeder, opa, tante, buurman, whatever lief aan en als ze het goed vinden mag de tiener in hun auto rijden. Ze hoeven alleen een sticker te halen in de supermarkt, a 17 euro. Het formulier wat erbij zit invullen en opsturen naar het politiebureau. Na een paar dagen volgt meestal de toestemming. De sticker gaat op de ruit. Er staat een L op van learner of een N van new driver. Dan mogen ze rijden, zonder toezicht. 2 restricties: ze mogen niet op de snelweg en ze moeten binnen 3 jaar hun rijbewijs halen. Lukt dat niet, dan kopen ze gewoon weer een sticker. Zo rijden sommige mensen hun hele leven zonder rijbewijs. Het aantal verkeersongelukken in Ierland is erg hoog.
Nummerborden zijn simpel bijvoorbeeld 08 D 38580
08 is van het bouwjaar, D is van het graafschap, in dit geval Dublin en het getal is het registratienummer.

We zitten nu in Dromoland Inn, in een kamer met, jawel, 5 slaaplaatsen, 3 eenpersoonsbedden en 1 persoons. Er komt er elke dag eentje bij.















maandag 11 september 2017

Ierland, Slieve League Cliffs, 11-9-2017, dag 5

BDag Bay vieuw hotel


Dag haven


Dag kerk met de mooie wenteltrap



We reden vandaag naar de kliffen van Slieve League. Ze behoren met een hoogte van 600 m tot de hoogste van Europa. De top was niet te bereiken met de bus, dus werden we met shuttlebusjes verder omhoog gebracht. Daarna mochten we omhoog klimmen. Het eerste wat Loek verloor was zijn pet, bij het uitstappen van de bus. Die woeiachter de bus en hij heeft een sprintje moeten trekken om een schaap voor te zijn, die met gezwinde spoed richting pet galoppeerde. Loek won.


We hadden al meteen een prachtig uitzicht op de kliffen


Het stormde op de berg, niet te weinig. Je kon zo in de wind gaan hangen zonder om te vallen. Mijn regenponcho ging in een mum van tijd vliegen. 


Na de top te hebben geslecht daalden we weer af naar beneden. Je moest af en toe gewoon wachten om je ene voet op te tillen totdat de hevigste windvlaag voorbij was, anders waaide je om.
Beneden weer de shuttlebusjes in. Iedereen was het er wel over eens dat het in Ierland niet lang regende, maar een paar minuten. Maar dan wel 25 keer per uur. Kwam Amieke ook nog eens met de mededeling dat ze het nog nooit zo slecht had meegemaakt.
We reden terug naar de grote bus en een pub met de klinkende naam: Teach Tobhairne Shliabh Liag, waar we koffie en koek kregen. 
Eenmaal weer onderweg reden we eerst nogmaals langs ons hotel op weg naar de volgende stop. Ook kwamen we langs deze bihives, bedoeld voor reizigers te overnachten vroeger.


We kregen een lesje Ierse dans geschiedenis van Amieke. Vrieger mochten de kinderen op zondag niks, ze verveelden zich dood. Uit verveling begonnen ze met hun benen en voeten te bewegen, terwijl ze de rest van hun lichaam doodstil hielden. Als een parochiaan langs hun huis liep zag hij alleen kinderen die stilstonden. Ik geloof niks van dit verhaal, maar goed. Michael Flatley starte een dansgroep om die dans te perfectioneren. Ze waren niet echt gewild in Ierland, maar toen ze eenmaal in de pauze van het Eurovisiesongfestival hadden opgetreden braken ze definitief door.
Woensdagavond gaan we naar een Ierse dans voorstelling, Loek verheugt zich er al enorm op:-)

We reden door naar Belleek, waar we de lunch gebruikten in een gelegenheid bij een porseleinfabriek


John Caldwell Bloomfield geboren in 1823


Hij stichtte de porseleinfabriek met 2 anderen, nadat hij ontdekte dat de aarde op zijn landgoed porseleinaarde was waar je goud geld mee kon verdienen.

We kregen een rondleiding door de fabriek waar we het produktieproces van een vaas uitgelegd kregen. Eerst wordt er een tekening gemaakt. Daarna een gietvorm.


Daar gaat het goedje in dat se vaas wordt.


De linkse vaas komt uit de vorm, wordt de 1e keer gebakken, krimpt dan ook. (Middelste) krijgt dan een glazuurbad en wordt weer gebakken. (Rechtse)


In totaal wordt de vaas drie keer gebakken. Hier zit de verf erop. Links voor en rechts na de laatste bakbeurt.


Het ongebakken porselein wordt op grote stellages de oven ingeschoven


Heel fijn porselein


Decoratie van porselein


Als er ook maar iets aan mankeerde werd het onherroepelijk kapot gemaakt. Hier had ik de eer om een bord , met een bijna onzichtbaar foutje, te breken.


Rijen en rijen mallen en porselein in de maak.


Na de fabriek moesten we nog een aardig eindje rijden tot ons eindpunt. We hadden een sanitaire stop in Cong, reden langs het grootste meer in Connemara, loch Coribb. Er liggen 365 eilandjes in en sommigen zijn bewoond. Zo heeft Elton John er zijn eigen eiland, maar Mick Jagger kwam toch niet door de ballotagecommissie.

Uitzicht uit het hotelraam


We sliepen in the Peacockes met 4 slaapplaatsen. We begonnen de reis met een twijfelaar:-).


Het water uit de kraan is bruin. Dat komt doordat het water uit eigen bron komt, het bruine komt van de veengrond. Het is gezuiverd, maar het behoudt de bruine kleur. Dat ziet echt niet uit.




















zondag 10 september 2017

Ierland, Glenveagh-Killybegs, 10 september 2017, dag 4

Het weer beloofde niet veel goeds en voor vandaag stond er een wandeling op het programma. Eerst kregen we een stadstoer door Derry (Londonderry, the walled city, Legenderry, whatever) Het is in ieder geval de oudste ommuurde stad in Ierland en de laatste in Europa. Derry betekent land van de eik. De stadsmuur werd gebouwd van 1613  tot 1618. Onze gids was ingestapt en stelde zich voor als Dermot. Dermot had de akelige gewoonte elke zin te beginnen en te eindigen met ladys and gentlemen. Dermot was een brulboei en spraakwaterval, de ladys en gentlemens vlogen je om de oren. We passeerden de Foylebrug, een 2 deks brug, het standbeeld van het vredesproces. De handen raken elkaar net niet, dus er is nog een lange weg te gaan. Het regende. Goh, ja joh?


We reden langs het stadhuis en door de ooit gevaarlijkste buurt van Derry: Bogside. De Slag van de Bogside van 12 tot 14 augustus 1969 wordt vaak aangehaald als het startschot van de onlusten. Ook Bloody Sunday op 30 januari 1972 een dramatisch hoogtepunt in de onlusten, vond in Derry plaats. 
Het was een vreedzame mars voor de burgerrechten, maar de Engelsen stuurden het leger en schoten 
14 ongewapense jongens en mannen dood. Pas in 2010 heeft premier Cameron zijn excuses aangeboden.
Het 100e slachtoffer was Annette McGavigan 14 jaar oud, doodgeschoten door een Britse soldaat op 6 September 1971, terwijl ze op de straat stond waar ze in woonde. 



Veel muurschilderingen ook in de wijk. Deze vond Loek ongelofelijk, een soort reclame uiting voor de IRA. En dat was gewoon een terroristische organisatie.



Vanaf 1991 was Derry echter rustiger dan andere brandhaarden.
We passeerden de Vredesbrug die sinds 25 juni 2011 zowel symbolisch als praktisch de overwegend unionistische wijk Waterside op de rechteroever verbindt met het overwegend katholieke stadscentrum op de linkeroever.

Vanaf Derry vertrokken veel schepen met immigrantsn naar o.a. Amerika, Canada en Australie. De jeugd kon zich daar niks bij voorstellen, 26 weken onderweg en geen Wifi.

En weer die borden, de strijd tussen katholiek en protestant wordt zo wel gevoed.



Dermot was nog steeds enthousiast aan het vertellen, ladys and gentleman, hier gaan we uit de bus, even over de stadsmuur wandelen.
De muur is 6 meter hoog en minstens zo dik, loopt in een ovaalvorm en is een mijl lang (1,6 km). Ze is  uitgerust met 4 poorten, wachttorens, kantelen en grote kanonnen. De muur beschermde de stad in eerste instantie tegen vijanden, later leefden de protestanten binnen de muren en de katholieken buiten, op arme veengrond. 

Het regende. Nee joh, echt?


Ladys and gentleman.... Onze Gids. Met een vet Iers accent. Hij had het telkens over de rubber en het duurde even voordat we door hadden dat hij daar de river mee bedoelde. Zijn pink werd uitgesproken als pank, dus dan heb je een beetje een idee.


Vanaf de muur typische Ierse daken.


Boven op de muur stond St. Columbs kathedraal


Na de toer was er tijd voor koffie en scones.



Daar kochten we ook belegde broodjes voor onderweg, we reden door naar 

Een fort waar reizigers hun tenten konden opzetten binnen de beschermende muren.
Het waaide daar enorm, coupe ravage. 



Na 10 minuten rond gelopen te hebben weer terug de bus in naar


Daar mocht onze bus niet komen, we werden vanaf het bezoekerscentrum verder vervoerd met shuttle busjes naar het Glenveagh Kasteel.


We kregen een rondleiding binnen, helaas mochten er geen fotoos worden gemaakt.

De bibliotheek, 

De ontvangsthal, waar een stoel stond, waar de bezoekers op gewogen werden. Als ze vertrokken na alle gastvrijheid, vond de gastheer het fijn als  ze zwaarder waren.


Het kasteel is rond 1870 gebouwd door John George Adair! een rijke landspeculant uit county Laois, naar het voorbeeld van Balmoral Castle van koningin Victoria. Adair was ook verantwoordelijk voor de zogenoemde uitzettingen van Derryveagh in 1861, toen hij 47 families van hun huizen verdreef. De reden was dat hij zo een beter uitzicht had. Na zijn dood in 1885 is mevr. adair begonnen met de tuinaanleg.

De tweede eigenaar van het kasteel was Arthur Kingsley Portar een professor van de schone kunsten aan harvars. Samen met zijn vrouw Lucy bezat hij het kasteel van 1929 tot 1933, toen hij op een raadselachtige manier verdween tijdens een verblijf op het eiland innishbofin.

Het huis bevat antieke kunstwerken, meubilair en historische boeken. Adair bracht in de 19e eeuw het grootste deel van het land onder in een holding. De holding werd beheerd als privéhertenbos tot 1975 toen het aan de staat werd verkocht en in de handen van het Bureau van Openbare Werken kwam, die er een nationaal park van maakte.

De laatste privé-eigenaar van het kasteel, Henry P Mcllhenny schonk, bij zijn definitieve vertrek in 1983, het kasteel en het grootste deel van de inhoud en tuinen aan de staat. Het park werd geopend voor het publiek in 1984 en kasteel in 1986.

Een leuke anekdote: als de dienstmeisjes vanaf de keuken het eten kwamen brengen door een lange gang moesten ze fluiten. Zolang ze floten konden ze niet stiekum van het eten snoepen.

De ommuurde tuin


We liepen de 4,1 km terug, het was droog, zonnetje scheen zelfs.

Totdat het weer begon te hozen. Neeee! Echt waar?


Dat leverde wel een regenboog op.



Hee hallo, een Robin.


We gingen de bus in voor de laatste afstand, naar onze overnachtingsplaats Killybegs. Een plaats in het Ierse graafschap Donegal en de grootste vissershaven van het Ierse eiland. Met toch maar een inwoneraantal van rond de 1500.

Rijdend door het Ierse landschap

Zagen we enorm veel huizen leegstaan. Sommigen afgebouwd, sommigen half afgebouwd. Daar ging men niet verder aan, want ze werden niet verkocht.

De witte rook uit de wel bewoonde huizen duiden op het stoken met turf. Men stookt hier zelfgegraven turf. Dat moet eerst 6 maanden drogen voor het gestookt kan worden. Het brand heel snel op, maar blijft de hele dag gloeien en zorgt zo voor voldoende warmte. Men stookt in de keuken en vandaar gaan leidingen door het hele huis naar gewone radiatoren.

We hebben zojuist beneden in de hotelbar/pub gegeten: pork belly met als afsluiter een originele Irish coffee. What else.
En nu luisteren we naar de wind die om het hotel giert. We zitten op de 3e etage, tevens de hoogste, met dakkapelletjes. Loek heeft 2 koffers omhoog gezeuld, want er was 1 lift, zeer langzaam en zeer klein en 35 personen die naar boven wilden.